waterbak-koolmees1

(dit blog is het vervolg op De overleden man van Mien (deel 1)

Eenmaal vanuit de tuin teruggekeerd in het huis, bleef ik in de keuken staan. Ik wees op de rechterkant van het aanrecht en vroeg: “Wat zit er rechtsachter onder het aanrecht?” Het was de dochter die antwoordde. Zichtbaar onder de indruk van het feit dat ik daar iets ongewoons vermoedde, zei zij: “Daar komt het onderste deel van het keukenblok niet tot de vloer. Die loopt af. Mijn vader heeft daar drie platte tegels onder moeten leggen voordat hij het waterpas kreeg.” Het contact met de overleden man van Mien bleef in stand, want even later kreeg ik opnieuw iets door.

Wij stonden nu met z’n allen in de woonkamer. Ik zei spontaan: “Heb je nog van die lekkere winegums of heb je die weer eens uitgedeeld aan de kinderen?” Opnieuw bleek de informatie te kloppen. De man van Mien was tijdens zijn leven dol geweest op die winegums, maar voor hem was het een minpuntje dat zijn vrouw die ook vaak uitdeelde aan de buurkinderen.

T-shirts

Ik vervolgde mijn ronde door het huis en besloot de trap naar de eerste verdieping te nemen. Op de derde en de zevende tree ging ik even zitten, omdat ik een gevoel kreeg alsof ik een ademtekort had. Weer had het betrekking op deze situatie, want wat bleek? De laatste anderhalf jaar van zijn ziekte had de man van Mien altijd, uitgerekend juist op die treden even moeten uitrusten, omdat hij bij het opgaan van de trap buiten adem raakte. Om die reden beschikte hij over een zuurstoffles die hij gebruikte als dat nodig was.

Op de eerste verdieping aangekomen liep ik direct naar een lege kamer en vertelde ik de aanwezigen dat daar een tweepersoonsbed had gestaan. Tot ieders verbazing kon ik aanwijzen aan welke kant Mien en welke kant haar man had gelegen. Teruggekomen op de overloop zag ik een kast. Ik wees in die kast naar de bovenste plank en zei dat ik hier een stapel T-shirts met een vrolijke opdruk miste. Dat klopte, want die stapel had daar volgens Mien vroeger inderdaad gelegen. Maar het mooiste moest nog komen: ik beschreef een T-shirt met een bepaald design en ja hoor, het ging daarbij om het shirt dat Miens man het liefste droeg als hij thuis was en als hij zijn vogels verzorgde.

Herexamen

Ineens werd het contact verbroken. Met andere woorden, ik kreeg geen nieuwe informatie binnen. De link met het hiernamaals was verdwenen. Maar niet voor lang, want achteraf bekeken was het alsof mij vanuit het hiernamaals een rustpauze werd gegund. Terug in de woonkamer dronk ik een glaasje water en had ik het met de aanwezige personen over koetjes en kalfjes.

En toen… werd het contact weer hersteld. Ik voelde opnieuw de aanwezigheid van de man van Mien; hij gaf mij allerlei details door. Zo vernam ik iets over een foto die nog moest worden uitvergroot. Daarnaast bleek het dat het kleinkind altijd door haar opa werd geholpen met wiskunde. Via mij benadrukte hij dat zij nu extra haar best moest  gaan doen voor haar herexamen en gaf hij haar een tip waarop zij vooral moest letten bij het leren. Toen de moeder van het kleinkind, de dochter van Mien dus, de woorden “wiskunde” en “herexamen” hoorde, begon zij te lachen. Zij reageerde: “Zo zie je maar, opa ziet alles.” Vervolgens keek zij mij aan en zei ze een beetje verontwaardigd: “Om je eerlijk de waarheid te zeggen, ik wist helemaal niets van dat herexamen af.” Het kleinkind kreeg een kleur en ze verdedigde zich meteen: “Ik heb het vandaag pas gehoord, maar ik heb nog niet de kans gehad om het je te vertellen.”

Verwijsbriefje

Ik keek de dochter van Mien aan. “Ja,” zei ik, “je denkt dat je dochter een geheimpje voor je had, maar hoe zit het eigenlijk met jou?” De dochter ontkende het direct, zij vroeg zich af hoe ik daarbij kwam; zij had helemaal geen geheimen. “Toch wel,” zei ik, “mag ik het vertellen?” Het mocht, waarna ik de vinger op de zere plek legde. “Ga met je buikpijn- en menstruatieklachten naar de dokter, want er zit namelijk een poliep op je eierstok. Je wilt niet gaan en hebt dit tegen niemand gezegd omdat je bang bent. Maar je vader vraagt je te beloven dat je er toch mee naar je huisarts gaat.” De dochter zei daarop: “Als ons pap dit zegt, ga ik morgen meteen.”

De schoondochter had dit allemaal zo aangehoord en zij gaf mij indirect een compliment. “Zie je wel,” zei zij, “dat ze goed is?” Ik reageerde meteen. “Ja, ik ben zó goed, dat ik je aanraad om bij de huisarts vanwege je nek een verwijsbriefje voor fysiotherapie te vragen.” In die dagen moest dat nog. De anderen lagen in een deuk en dat tekende meteen de sfeer: er waren wel degelijk ook leuke en gezellige momenten tijdens deze reading. Dat werd nog eens extra benadrukt toen ik herinneringen van de man begon door te krijgen over zijn verkeringstijd met Mien en over de jeugd van de dochter, die inmiddels 44 jaar oud was.

watervalletje

Nu was de tijd aangebroken om het contact met de man van Mien te verbreken, tenslotte was het inmiddels kwart voor vijf, vier uur na het begin van deze reading. Zoals ik altijd deed na een consult, belde ik Mien enige tijd later voor de goede orde weer op. Tot mijn opluchting hadden zij alle adviezen opgevolgd. Haar dochter en schoondochter waren naar de dokter gegaan. Bij de dochter was inderdaad een poliep geconstateerd. De schoondochter was doorverwezen naar een fysiotherapeut. Het kleinkind had een 8,5 voor haar wiskunde behaald omdat zij zich op het juiste onderdeel had geconcentreerd, precies zoals haar opa haar had geadviseerd. En tenslotte was Mien inmiddels begonnen met de installatie van het watervalletje.

Het was al met al een fijne maar ook vermoeiende reading. Die bewuste dag hadden verschillende generaties contact met elkaar gehad. Vier mensen waren even samen geweest met hun overleden man, vader, schoonvader en opa.

 

Liefs, Wies Bakker

 


Fotoverantwoording: © Can Stock Photo / mikelane45